Is verondiepen van plassen met verontreinigd slib en grond wel een goed idee?

Afgelopen zomer is door Waterschap Rivierenland aan de Gemeente Nijmegen goedkeuring verleend om de Oosterhoutse en de Zandse Plas te verondiepen met 1.5 miljoen kuub slib en grond van de Klasse Industrie. Wat zijn de gevaren vragen omwonenden zich af? Belangengroep ‘Schone Waaijer’ organiseerde daarom samen met Wijkraad Lent op 3 november een informatieavond voor belangstellenden.

Remco Blom van Belangengroep ‘Schone Waaijer’ legt uit dat het hier om een gigantische ingreep gaat: “Als je bedenkt dat er uit de nevengeul 4 à 5 miljoen kuub gehaald is, dan krijg je een idee hoeveel 1.5 miljoen kuub grond wel niet is. Er zal 75.000 keer door trucs gereden moeten worden als je uitgaat van een lading van 20 kuub per truck. Als je 40 trucks per dag laat storten ben je tot 2026 bezig en als je ze allemaal achter elkaar zou zetten heb je een file van Lent tot Lyon. Dus het gaat om een enorme logistieke operatie die op zich al veel milieuschade en overlast zal geven. Bovendien moet het hele plassengebied als één geheel worden gezien. Het gaat niet om geïsoleerde plassen, maar om drie plassen die met elkaar verbonden zijn. Wat je in de twee plassen stort heeft ook gevolgen voor de Lentse zwemplas en de watersingels.”

Is er dan gevaar?
De hamvraag is of het slib gevaarlijk is voor recreanten en aanwonenden. Bas van de Riet, ook lid van Belangengroep ‘Schone Waaijer’, is ecoloog en onderzoeker. Hij legt uit hoe het zit. “De plassen worden na de zandwinning 28 meter diep en zullen, met een wateroppervlakte van 60 hectare, het hart van het watersysteem in de Waalsprong vormen. Een teveel aan neerslag wordt in de plassen opgeslagen. Het hele jaar door wordt het water vanuit de plassen rondgepompt door de Lentse en Oosterhoutse singels. Als er zich een probleem in de plassen voordoet, wordt dit probleem simpelweg naar de woonwijken verplaatst. Het slib dat men wil storten is klasse B slib (industrie) en kan zware metalen, pcb’s en bestrijdingsmiddelen bevatten en mogelijk ook veel fosfor.”
Professor dr. Jan Roelofs, emeritus hoogleraar Aquatische Ecologie aan de Radboud Universiteit, vindt het onbegrijpelijk dat men het aandurft om plassen waar bewoning omheen ligt, te verondiepen met dergelijke grond en slib. Dat leidt onherroepelijk tot problemen. Tien jaar geleden was het ondenkbaar om plassen te verondiepen, zelfs als ze in afgelegen gebied lagen. Hij legt uit welke risico’s daaraan kleven. “Bij grond en slib dat in plassen wordt gestort, kan fosfor vrijkomen en daarmee de ontwikkeling van blauwalgen, die een serieus risico voor de gezondheid vormen. Je kunt dan niet meer in dat water recreëren.”

Zelfreinigend vermogen
Diepe plassen hebben een uniek zelfreinigend vermogen, doordat in de zomer een gelaagdheid in het water ontstaat met daartussen een scherp scheidingsvlak: de spronglaag. Professor Roelofs legt dit uit: “Uit de gestorte grond komen ijzer en fosfaten vrij. Als het ijzer in zuurstofrijk water boven de spronglaag komt, wordt het gebonden aan de zuurstof onder de vorming van roest. Deze roest bindt het fosfaat en zakt als ijzerfosfaat vervolgens naar de bodem. We kunnen hier spreken van een zelfreinigend vermogen van de plassen, omdat het gebonden fosfaat op de bodem geen schade meer aanricht. Roelofs: “Als gemeenten per se willen verondiepen, dan adviseer ik om de plassen tot maximaal 10 meter te verondiepen, omdat je dan overal de spronglaag behoudt. Ook adviseer ik om ondiepere delen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen met schrale, voedselarme grond. In de oeverzone kunnen dan planten als riet en lisdodde gaan groeien. Deze vormen een mooi leefgebied voor bijvoorbeeld moerasvogels.”

Kantelpunt
De mate waarin ijzer het fosfor kan binden hangt sterk af van de onderlinge verhouding. Roelofs: “Zolang er 10x meer ijzer is dan fosfor, dan is er niets aan de hand. Is er te weinig ijzer t.o.v. fosfor dan komt er een kantelpunt, met als gevolg algenbloei met de befaamde blauwalg voorop.” Daarnaast heeft de aanvoer van sulfaat, wat veel in rivierwater zit, grote invloed op de fosforbinding. Sulfaat is een ‘ijzervreter’, waardoor het zelfreinigend vermogen van de plassen in de loop der tijd zal verdwijnen. We weten dat de plassen via watervoerende bodemlagen gevoed worden met sulfaatrijk Waalwater. Als je weet hoeveel Waalwater, en dus sulfaat, in de plassen komt, dan kun je precies uitrekenen wanneer de verhouding ijzer-fosfaat lager wordt dan 10 en wanneer het kantelpunt optreedt. Dit kan na één jaar, tien jaar of 100 jaar zijn maar dat het er komt, is zeker. Lopen de temperaturen in de zomer op dan zal het ontstane fosfaatoverschot leiden tot een blauwalgexplosie. Het is dan gevaarlijk om er te zwemmen”

Op de vraag of ook zware metalen kunnen vrijkomen, antwoordt Roelofs: “Zware metalen die in baggerslib zitten dat diep in de plas is gestort, zullen onder die zuurstofloze omstandigheden niet gauw vrijkomen, maar als bagger droog valt, dan treden bodemprocessen op waarbij zware metalen wel vrijkomen. Ook tijdens het storten komen zware metalen vrij in het oppervlaktewater, maar deze kunnen na verloop van tijd weer neerslaan op de bodem. Dat betekent echter wel dat tijdens de uitvoering van de verondieping de plas ontoegankelijk gemaakt moet worden voor omwonenden en recreanten.”

Omgaan met risico’s
Roelofs: “Eigenlijk is het beste niet te verondiepen. Ecosystemen in diepe plassen bevatten een unieke biodiversiteit en het water is glashelder. Zichtjagers zoals snoeken floreren er en ook bij duikers zijn dergelijke plassen geliefd. Besluit men toch de plassen te verondiepen, dan moet je de risico’s zo goed mogelijk afdekken. Nu is het plan de dat de gestorte grond met schone grond van minimaal 50 cm wordt afgedekt. Roelofs weet uit ervaring dat 50 cm absoluut ontoereikend is. Als je wilt afdekken moet je dat doen met een laag van tenminste 2 meter van dichte specie van bijvoorbeeld leem of klei, zodat het niet gaat lekken. Tot slot zegt de heer Roelofs dat het verstandig is om de verbindingen tussen de plassen afsluitbaar te maken. Mochten er problemen ontstaan, dan kun je voorkomen dat deze zich verspreiden door het hele watersysteem.

Vervolg
Op basis van nieuwe inzichten, die deze avond naar voren kwamen, gaan de wijkraad en ‘Schone Waaijer’ met de gemeente, het waterschap en de provincie aan tafel. Als de gemeente opteert voor recreatie rond de plassen dan moet het echt anders. Zoveel is deze avond wel duidelijk geworden!

Opmerkingen van bewoners

Maarten Brokx (39): “Ik ben vader van drie kinderen en wil dat ze opgroeien in een schone openbare ruimte. Mensen maken zich vaak drukker om de kleur van badkamertegels dan om hun omgeving.”

Patries Lessmann (62): “Het is geweldig dat er mensen zijn die hier nog maar zo kort wonen, en actie ondernemen. Bemoedigend is ook dat er zo’n grote opkomst is van vooral betrokken jonge mensen.”

Loes van Herkhuizen (29): “Ik schrik van de gevaren. Het gaat om een veel groter gebied dan de drie plassen. Ook wist ik niet dat blauwalg zo moeilijk te bestrijden is.”

Jack Leenders (54): “Er zijn hier vooral bezorgde buurtbewoners die zich samen met een professor zorgen maken. Ik mis de mensen die de rapporten hebben opgesteld op basis waarvan de gemeente de besluiten genomen heeft.”

Selma Waaijers (31): “Deze informatiebijeenkomst is een goed initiatief. Ik ben blij dat er enkele gemeenteraadsleden zijn. Ik hoop dat ze het college van de input voorzien die deze avond heeft opgeleverd.”

Tekst: Joop Koopman (Lentse Lucht)

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.