Vragen over de voorgenomen verondieping van de Oosterhoutse en Zandse Plas met verontreinigd slib

Geachte meneer Hell,

Na eerdere onrust over verondieping volgde het akkoord op zwemwater in de Lentse Plas. Afgelopen voorjaar (2016) zijn er verschillende rapporten gepubliceerd, waarin de effecten van verondiepen van de plassen in De Waaijer zijn onderzocht. Vervolgens heeft de gemeente een nota bodembeheer laten opstellen en deze in de zomerperiode ingediend bij het waterschap. De nota is inmiddels vastgesteld, wat betekent dat gemeente de mogelijkheid heeft om 1,5 miljoen m3 slib en grond (klasse B/industrie) te storten in de Zandse- en de Oosterhoutse Plas.

Onder de huidige en toekomstige bewoners is hierover grote onrust ontstaan: de plassen kunnen worden gebruikt om een enorme hoeveelheid verontreinigd materiaal te storten. Het stortmateriaal kan zware metalen, PCB’s en bestrijdingsmiddelen bevatten, maar de precieze samenstelling is nog onbekend. De zorgen gaan over de risico’s voor de gezondheid van mens, dier en milieu tijdens en na het aanbrengen van het materiaal, en over de risico’s op uitspoelen van voedingsstoffen en daarmee samenhangende blauwalgontwikkeling.

Belangengroep Schone Waaijer en Wijkraad Lent hebben in september 2016 de gemeente een lijst met vragen gestuurd om de onderzoeksresultaten, de nota bodembeheer en de visie van de Gemeente op het verondiepen toegelicht te krijgen. Op onze vragen heeft gemeente geen antwoorden gegeven. Op 3 november hebben we een informatiebijeenkomst georganiseerd. Gemeente en waterschap zijn uitgenodigd, maar kwamen niet. Professor Roelofs (Radboud Universiteit) – expert op gebied van waterkwaliteit, biogeochemie en verondiepen – was die avond te gast. Hij heeft gereageerd op de voorgenomen plannen van de gemeente. Hij heeft vragen van bewoners beantwoord, risico’s geduid en aanbevelingen gedaan hoe problemen kunnen worden voorkomen.

Op 22 november volgde een gesprek tussen Schone Waaijer, Wijkraad Lent en Gemeente Nijmegen over de zorgen. Daarbij zijn de zorgen niet weggenomen. Gemeente Nijmegen gaf daar aan om onze vragen te gaan beantwoorden, mits we deze zouden indikken/samenvatten. Hoewel en nog vele meer vragen zijn die we graag op een later tijdsstip beantwoord willen zien, vatten we in aanloop naar de klankbordgroep op 11 januari in deze notitie de belangrijkste vragen samen:

1. Is de gemeente bereid om op onderdelen striktere normen te hanteren om rekening te houden met specifieke omstandigheden in De Waaijer? 2. Is de gemeente bereid om het advies van Prof. Roelofs over te nemen en géén klasse B grond en slib toe te passen in de ondiepe delen boven de spronglaag? 3. Is de gemeente bereid om een goed functionerende afdeklaag toe te passen,  d.w.z. een >2m dikke laag van een dichte specie? 4. Welke maatregelen gaat men in praktijk nemen om de risico’s tijdens het aanbrengen van het slib te beperken?  5. Er wordt gesproken over monitoring tot maximaal 2 jaar. Hoe denkt gemeente na die 2 jaar problemen snel op te sporen?

Hieronder een nadere toelichting op deze vragen. Als bijlage een verslag van de informatiebijeenkomst waar de gemeente verstek liet gaan.  We kijken uit naar een vlotte beantwoording van deze vragen en rekenen er op dat vanuit de gemeente en haar partners de communicatie steeds open is en keuzes in dit dossier goed onderbouwd.   Vriendelijke groet,  Belangengroep Schone Waaijer Wijkraad Lent Klankbordgroep

Vraag 1:  Is de gemeente bereid om striktere normen voor ijzer en fosfor te hanteren en tevens een norm voor zwavel en organische stofgehalte mee te nemen in de afweging of partijen grond/slib toegelaten worden? Wilt u een inschatting geven van de zwavelaanvoer via het grondwater en of dit op de korte-, middenlange- of lange termijn tot fosforuitspoeling zal leiden? En kunt u uitleggen waarom u een veel minder strikte norm m.b.t. P/Fe ratio voor de afdeklaag hanteert dan voor het daar onder liggende stortmateriaal?

Toelichting bij vraag 1 In de nota bodembeheer zijn o.m. kwaliteitseisen opgenomen voor de ijzer/fosfor-ratio en het fosforgehalte van het stortmateriaal. Er worden door u geen eisen gesteld aan zwavel (sulfaat en totaal-S) en organisch stofgehalte, omdat dit volgens het Besluit Bodemkwaliteit niet hoeft (in de Nota Bodembeheer p. 23 stelt u dat ‘zwavel zoveel als mogelijk’ wordt gemeten in de te storten grond).  Professor Roelofs geeft aan dat zwavel de vastlegging van fosfor door ijzer ondermijnt. M.a.w. wanneer het te storten slib veel zwavel bevat óf zwavelverbindingen worden van elders aangevoerd, dan is de kans groot dat -ondanks de door u gehanteerde normen- het fosfor toch vrij komt en het risico op blauwalgen daardoor sterk toeneemt. U geeft zelf aan dat de plassen via grondwaterstromen zwavelrijk water aangevoerd krijgen (Nota bodembeheer p. 26). De conclusie van Roelofs is dan ook dat fosforuitspoeling naar het oppervlaktewater hoe dan ook een keer gaat plaatsvinden: afhankelijk van de zwavelaanvoer kan dit tussen de 1 en 100 jaar duren, maar dat het gebeurt staat voor Professor Roelofs vast!

In de Nota Bodembeheer staat uitgewerkt welke normen u gaat hanteren voor het te storten slib/grond en de toe te passen afdeklaag (leeflaag). De normen voor het P-gehalte lijken ons voor natuurontwikkeling nog steeds aan de hoge kant, maar blijkbaar is dit wat de wet toe staat. Wat ons verbaasd is dat de norm m.b.t. P/Fe ratio van de afdeklaag, die bovenop het te storten materiaal komt en in contact staat met het oppervlaktewater, vele malen minder strikt is dan de P/Fe-ratio van de te storten slib en grond (p. 23, tabel 4.1). Volgens Professor Roelofs is een P/Fe van 0,3 in de leeflaag volstrekt ontoereikend!

Vraag 2 Is de gemeente bereid om géén klasse B grond en slib toe te passen in de ondiepe delen boven de spronglaag? Is de gemeente bereid om de oevers te realiseren met schrale voedselarme grond en daartoe de oevers niet te ontzanden?

Toelichting bij vraag 2 Om de beoogde doelen voor natuurontwikkeling te realiseren wil men materiaal storten om ondiep water te realiseren. De plassen vormen het hart van het watersysteem van de Waalsprong en kennen daarom een flinke fluctuatie van het waterpeil van  8.55 + NAP tot incidenteel 6.5m + NAP (zie Hydrologische Analyse – DHV Royal haskoning p. 19/20).

Professor Roelofs is vanuit zijn ervaring kritisch over het verondiepen van plassen. Mocht de gemeente willen vasthouden aan verondiepen, dan adviseert Roelofs om slib en bagger alleen toe te passen onder de spronglaag. De ondiepe delen (boven de spronglaag) adviseert hij om niet met slib en bagger aan te leggen, maar hier schone voedselarme schrale zand- of kleigrond te gebruiken. Schrale grond geeft de beste voor ontwikkeling van natuur, en voorkomt problemen. In de ondiepe waterlagen zal nl. fosfor makkelijk uitspoelen en
makkelijk tot vermesting en blauwalgbloei leiden en wanneer door peilfluctuatie de ondiepe delen droog vallen zullen zware metalen uit het slib/grond mobiliseren.

Omdat het werk aan de genoemde plassen nog bezig is of zelfs nog moet starten, kan de gemeente nu vast rekening houdt met de eisen die de te ontwikkelen natuurdoelen stellen. Door de toekomstige oevers niet geheel te ontzanden, maar direct op de goede diepte te profileren kan de beoogde structuur ontstaan. De winst is dubbel, want het zand in de ondergrond is waarschijnlijk een uitstekende basis voor de ontwikkeling van soortenrijke natuurvriendelijke oevers en men voorkomt problemen met uitspoeling van fosfor en zware metalen. Vraag 3 Is de gemeente bereid om niet de (niet wetenschappelijk onderbouwde) minimumeis voor de afdeklaag te hanteren, maar om een goed functionerende afdeklaag toe te passen? D.w.z. een >2m dikke laag van een dichte specie?

Toelichting bij vraag 3 Nadat slib en grond gestort is, dient het te worden toegedekt met een afdeklaag van schone grond. Het doel van deze afdeklaag is te voorkomen dat voedingstoffen en verontreinigingen vanuit het stortmateriaal uitspoelen naar de waterlaag. Het Besluit Bodemkwaliteit stelt dat de afdeklaag minimaal 50 centimeter dik moet zijn. De gemeente geeft aan dat zij voornemens is om in de plassen een afdeklaag van 50 cm zand toe te passen. Wij vragen ons af op welke onderzoeken de gemeente deze dikte en dit materiaal baseert.

Professor Roelofs adviseert dat de afdeklaag minstens 2 meter dik moet zijn en moet bestaan uit een dichte specie (leem of klei). Een te dunne laag en een losse grondsoort (zoals zand) zullen uiteindelijk leiden dat stoffen uit het stortmateriaal gaan uitspoelen naar het oppervlaktewater. Hij baseert zich op verschillende voorbeelden uit de praktijk. Ter illustratie noemt hij een verondiepte plas bij Arcen, waar een afdeklaag van 2 meter zand is opgebracht. Na enkele jaren blijkt fosfor vanuit de gestorte ondergrond uit te spoelen en eutrofieringsproblemen in het oppervlaktewater te veroorzaken.

Wellicht zijn de leemlagen die in de ondergrond van de plassen aanwezig zijn (zie boorbeschrijvingen op de interactieve kaart van Nijmegen: http://kaart.nijmegen.nl/milieu/) geschikt als afdeklaag op het stortmateriaal.

Vraag 4 Tijdens het aanbrengen van materiaal komen zware metalen vrij in het water van de plas. Daarnaast zijn er risico’s door gebruik van grote machines en het mogelijk ontstaan van kolken. Is gemeente bereid op korte termijn aan (toekomstige) omwonenden duidelijk te maken welke maatregelen men in praktijk gaat nemen om de risico’s en overlast te beperken?

Toelichting bij vraag 4 Veel huidige en toekomstige bewoners zijn niet blij met een vooruitzicht van 10 jaar lang 40 vrachtwagens per dag richting de plas. Professor Roelofs stelt dat de gevaren als gevolg van zware metalen meevallen, mits ze niet droog komen te liggen (zie vraag 2) en mits bij het aanbrengen de juiste voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Hij denkt daarbij aan het afhekken van de plas.

Wij willen graag concreet zien welke maatregelen u neemt om verkeerhinder en geluidshinder te beperken en de om risico’s voor spelende kinderen en dieren uit te sluiten.
Door dit zo beeldend mogelijk weer te geven kunnen huidige en toekomstige bewoners een weloverwogen keuze maken of zij dit wel of niet veilig en fraai vinden.   Vraag 5 Er wordt gesproken over monitoring van de waterkwaliteit tot maximaal 2 jaar na afronden van de verondieping. Hoe denkt gemeente na die 2 jaar problemen snel op te sporen? Extra aandacht vraagt de de bodem- en grondwatervervuiling bij Thermion: hanteert de gemeente bij de monitoring op specifiek deze verontreingingen een maximum duur van monitoring, of is die monitoring wel permanent?

Toelichting bij vraag 5 Wij snappen niet dat er maar maximaal 2 jaar na beeindigen van de herinrichting moet worden gemonitord (Acceptatie- en verwerkingsprotocol Landschapszone p. 15). De risico’s van toepassing van dit soort materiaal kunnen zich juist op de lange termijn manifesteren. Wij verwachten van de gemeente een plan om ook op de lange termijn de zekerheid te bieden, danwel direct actie te kunnen ondernemen als het mis gaat.

Los van de verontreinigingen waarvan de gemeente zelf verkiest om ze in de Plassen te storten is een ernstige bodemverontreiniging van CIS, Trichlooretheen en Vinylchloride in de diepe ondergrond bij Thermion aanwezig. In het grondwater is een pluim met verontreinigingen tot 40 of 60 m diep en die reikt tot de locatie waar de Oosterhoutse Plas gegraven gaat worden. De gemeente heeft in 2008 reeds maatregelen genomen om de grondwaterpluim tot een diepte van 25 m te saneren middels bronbemalingen en bij Thermion staat ‘eeuwigdurend’ bemaling aan om de verontreiniging te beheersen (Tauw, 2008). De vorderingen van de grondwatersanering worden goed gemonitord (Grontmij, 2009, 2015). Na sanering zullen lichte verontreinging met chloorkoolwaterstoffen aanwezig blijven met de mogelijkheid dat plaatselijk sprake kan zijn sterke restverontreiniging (Tauw 2008, p.59).

Bijlage: verslag van de informatieavond 3 november  (tevens verschenen als artikel in de Lentse Lucht)

Is verondiepen van plassen met verontreinigd slib en grond wel een goed idee?

Afgelopen zomer is door Waterschap Rivierenland aan de Gemeente Nijmegen goedkeuring verleend om de Oosterhoutse en de Zandse Plas te verondiepen met 1.5 miljoen kuub slib en grond van de Klasse Industrie. Wat zijn de gevaren vragen omwonenden zich af? Belangengroep ‘Schone Waaijer’ organiseerde daarom samen met Wijkraad Lent op 3 november een informatieavond voor belangstellenden.

Remco Blom van Belangengroep ‘Schone Waaijer’ legt uit dat het hier om een gigantische ingreep gaat: “Als je bedenkt dat er uit de nevengeul 4 à 5 miljoen kuub gehaald is, dan krijg je een idee hoeveel 1.5 miljoen kuub grond wel niet is. Er zal 75.000 keer door trucs gereden moeten worden als je uitgaat van een lading van 20 kuub per truck. Als je 40 trucks per dag laat storten ben je tot 2026 bezig en als je ze allemaal achter elkaar zou zetten heb je een file van Lent tot Lyon. Dus het gaat om een enorme logistieke operatie die op zich al veel milieuschade en overlast zal geven. Bovendien moet het hele plassengebied als één geheel worden gezien. Het gaat niet om geïsoleerde plassen, maar om drie plassen die met elkaar
verbonden zijn. Wat je in de twee plassen stort heeft ook gevolgen voor de Lentse zwemplas en de watersingels.”

Is er dan gevaar? De hamvraag is of het slib gevaarlijk is voor recreanten en aanwonenden. Bas van de Riet, ook lid van Belangengroep ‘Schone Waaijer’, is ecoloog en onderzoeker. Hij legt uit hoe het zit. “De plassen worden na de zandwinning 28 meter diep en zullen, met een wateroppervlakte van 60 hectare, het hart van het watersysteem in de Waalsprong vormen. Een teveel aan neerslag wordt in de plassen opgeslagen. Het hele jaar door wordt het water vanuit de plassen rondgepompt door de Lentse en Oosterhoutse singels. Als er zich een probleem in de plassen voordoet, wordt dit probleem simpelweg naar de woonwijken verplaatst. Het slib dat men wil storten is klasse B slib (industrie) en kan zware metalen, pcb’s en bestrijdingsmiddelen bevatten en mogelijk ook veel fosfor.”  Professor dr. Jan Roelofs, emeritus hoogleraar Aquatische Ecologie aan de Radboud Universiteit, vindt het onbegrijpelijk dat men het aandurft om plassen waar bewoning omheen ligt, te verondiepen met dergelijke grond en slib. Dat leidt onherroepelijk tot problemen. Tien jaar geleden was het ondenkbaar om plassen te verondiepen, zelfs als ze in afgelegen gebied lagen. Hij legt uit welke risico’s daaraan kleven. “Bij grond en slib dat in plassen wordt gestort, kan fosfor vrijkomen en daarmee de ontwikkeling van blauwalgen, die een serieus risico voor de gezondheid vormen. Je kunt dan niet meer in dat water recreëren.”

Zelfreinigend vermogen Diepe plassen hebben een uniek zelfreinigend vermogen, doordat in de zomer een gelaagdheid in het water ontstaat met daartussen een scherp scheidingsvlak: de spronglaag. Professor Roelofs legt dit uit: “Uit de gestorte grond komen ijzer en fosfaten vrij. Als het ijzer in zuurstofrijk water boven de spronglaag komt, wordt het gebonden aan de zuurstof onder de vorming van roest. Deze roest bindt het fosfaat en zakt als ijzerfosfaat vervolgens naar de bodem. We kunnen hier spreken van een zelfreinigend vermogen van de plassen, omdat het gebonden fosfaat op de bodem geen schade meer aanricht. Roelofs: “Als gemeenten per se willen verondiepen, dan adviseer ik om de plassen tot maximaal 10 meter te verondiepen, omdat je dan overal de spronglaag behoudt. Ook adviseer ik om ondiepere delen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen met schrale, voedselarme grond. In de oeverzone kunnen dan planten als riet en lisdodde gaan groeien. Deze vormen een mooi leefgebied voor bijvoorbeeld moerasvogels.”

Kantelpunt De mate waarin ijzer het fosfor kan binden hangt sterk af van de onderlinge verhouding. Roelofs: “Zolang er 10x meer ijzer is dan fosfor, dan is er niets aan de hand. Is er te weinig ijzer t.o.v. fosfor dan komt er een kantelpunt, met als gevolg algenbloei met de befaamde blauwalg voorop.” Daarnaast heeft de aanvoer van sulfaat, wat veel in rivierwater zit, grote invloed op de fosforbinding. Sulfaat is een ‘ijzervreter’, waardoor het zelfreinigend vermogen van de plassen in de loop der tijd zal verdwijnen. We weten dat de plassen via watervoerende bodemlagen gevoed worden met sulfaatrijk Waalwater. Als je weet hoeveel Waalwater, en dus sulfaat, in de plassen komt, dan kun je precies uitrekenen wanneer de verhouding ijzerfosfaat lager wordt dan 10 en wanneer het kantelpunt optreedt. Dit kan na één jaar, tien jaar of 100 jaar zijn maar dat het er komt, is zeker. Lopen de temperaturen in de zomer op dan zal het ontstane fosfaatoverschot leiden tot een blauwalgexplosie. Het is dan gevaarlijk om er te zwemmen”

Op de vraag of ook zware metalen kunnen vrijkomen, antwoordt Roelofs: “Zware metalen die in baggerslib zitten dat diep in de plas is gestort, zullen onder die zuurstofloze omstandigheden niet gauw vrijkomen, maar als bagger droog valt, dan treden bodemprocessen op waarbij zware metalen wel vrijkomen. Ook tijdens het storten komen zware metalen vrij in het oppervlaktewater, maar deze kunnen na verloop van tijd weer neerslaan op de bodem. Dat betekent echter wel dat tijdens de uitvoering van de verondieping de plas ontoegankelijk gemaakt moet worden voor omwonenden en recreanten.”

Omgaan met risico’s Roelofs: “Eigenlijk is het beste niet te verondiepen. Ecosystemen in diepe plassen bevatten een unieke biodiversiteit en het water is glashelder. Zichtjagers zoals snoeken floreren er en ook bij duikers zijn dergelijke plassen geliefd. Besluit men toch de plassen te verondiepen, dan moet je de risico’s zo goed mogelijk afdekken. Nu is het plan de dat de gestorte grond met schone grond van minimaal 50 cm wordt afgedekt. Roelofs weet uit ervaring dat 50 cm absoluut ontoereikend is. Als je wilt afdekken moet je dat doen met een laag van tenminste 2 meter van dichte specie van bijvoorbeeld leem of klei, zodat het niet gaat lekken. Tot slot zegt de heer Roelofs dat het verstandig is om de verbindingen tussen de plassen afsluitbaar te maken. Mochten er problemen ontstaan, dan kun je voorkomen dat deze zich verspreiden door het hele watersysteem.

Vervolg Op basis van nieuwe inzichten, die deze avond naar voren kwamen, gaan de wijkraad en ‘Schone Waaijer’ met de gemeente, het waterschap en de provincie aan tafel. Als de gemeente opteert voor recreatie rond de plassen dan moet het echt anders. Zoveel is deze avond wel duidelijk geworden!

image_pdfimage_print

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.